Live Bliksemontladingen

De teller in het icoon met het onweersbuitje geeft live het actuele aantal bliksemontladingen uit onze regio weer. De dekking ligt in een vierkant om Nederland en België, waardoor er ook data van rondom Parijs, op de Noordzee en uit een deel van Duitsland wordt weergegeven.

Ontladingen

De ontladingen kun je terugvinden op de Google Maps kaart onderaan de pagina. Deze worden nog niet live bijgewerkt, voor de meest actuele ontladingen ververs je de pagina. De iconen op de kaart lopen in kleur van Geel naar Rood, waarbij Geel een 'nieuwe' ontlading is en Rood een 'oude'.

Geluid

De teller maakt geluid als het aantal bliksemontladingen verhoogt. Dus, bij een update van 0 naar 1 hoor je geluid. Je kunt dit uitschakelen met het luidspreker icoontje in de balk hierboven.

Data © Blitzortung.org / Lightningmaps.org
nl
StormTrack Beta
Inloggen
Heb je nog geen account? Dan kun je er hier eentje aanmaken!
De Bilt

Geen onweer in de buurt
Nu Live

De kaart Den Helder - Neerslag
KNMI Expertpluim
is bijgewerkt.

17 Nov 2019 07:01:30

De kaart Den Helder - Sneeuwval
KNMI Expertpluim
is bijgewerkt.

17 Nov 2019 04:59:26

De temperatuur bij Mont rigi is onder het vriespunt gekomen met voldoende luchtvochtigheid. Er is kans op gladheid in deze regio!

17 Nov 2019 04:56:22

De temperatuur bij Buzenol is onder het vriespunt gekomen met voldoende luchtvochtigheid. Er is kans op gladheid in deze regio!

17 Nov 2019 04:56:22

De temperatuur bij Diepenbeek is onder het vriespunt gekomen met voldoende luchtvochtigheid. Er is kans op gladheid in deze regio!

17 Nov 2019 04:56:22

De temperatuur bij Arcen is onder het vriespunt gekomen met voldoende luchtvochtigheid. Er is kans op gladheid in deze regio!

17 Nov 2019 04:56:22

De temperatuur bij Ell is onder het vriespunt gekomen met voldoende luchtvochtigheid. Er is kans op gladheid in deze regio!

17 Nov 2019 04:56:22

De temperatuur bij Hupsel is onder het vriespunt gekomen met voldoende luchtvochtigheid. Er is kans op gladheid in deze regio!

17 Nov 2019 04:56:22

De kaart De Bilt - Bewolking
KNMI Expertpluim
is bijgewerkt.

17 Nov 2019 04:00:26

De kaart De Bilt - 6luik
KNMI Expertpluim
is bijgewerkt.

17 Nov 2019 04:00:26

De kaart T850 pluim De Bilt is bijgewerkt.

17 Nov 2019 04:00:25

De kaart KNMI klassieke pluim is bijgewerkt.

17 Nov 2019 04:00:25

De kaart Vlissingen - Dauwpunt
KNMI Expertpluim
is bijgewerkt.

17 Nov 2019 04:00:25

De kaart Vlissingen - CAPE/Onweer
KNMI Expertpluim
is bijgewerkt.

17 Nov 2019 04:00:24

De kaart Vlissingen - Windstoten
KNMI Expertpluim
is bijgewerkt.

17 Nov 2019 04:00:24
Actueel
1 / 4

Fotowedstrijd Oktober

Herfst Discussietopic

2019

Herfst Kletstopic

2019

Herfst Waarnemingentopic

2019

×
Kies een plaats
Beschikbare Plaatsen:
×
Welke meldingen wil je ontvangen?

Je kunt hieronder aangeven welke notificaties je wil ontvangen in 'Nu Live'. Standaard ontvang je alle notificaties, wil je een bepaald type melding niet langer ontvangen? Vink dan het vinkje uit. Je keuze wordt automatisch opgeslagen.

×
Nu Live
Welkom op onweer-online.nl! Als je je nog niet hebt geregistreerd, meld je dan nu aan op de leukste en grootste weercommunity van Nederland. Heb je al een account, log dan hier in.
W. in t Erland
Moderator
Woonplaats: Wageningen
Berichten: 1219
Lid sinds: 29 mrt. 2016
25 oktober, 16:29 uur | Bericht #492175

De verklaring voor: Neerslag

Naar aanleiding van een aantal vragen heb ik besloten een uitgebreid stuk te schrijven over neerslag en het onstaan daarvan. Allereerst regen, dan hagel & sneeuw.

Regendruppels


Het begint allemaal met watermoleculen in gasvorm (waterdamp). Waterdamp is overal om ons heen, het is een onzichtbaar gas.

In de loop van de dag warmt de zon de aarde steeds verder op, totdat de lucht eindelijk warm genoeg is om te gaan stijgen (een thermiekbel). Zo’n stijgend pakketje lucht koelt al stijgende af (vooral door afnemende druk). Dan bereikt het condensatiehoogte en wordt het een wolk. Dit proces gaan we als eerste van dichtbij bekijken.

Deel 1: Condensatie


Ieder luchtpakketje heeft een bepaald aantal watermoleculen. We nemen even aan dat de hoeveelheid constant is (alhoewel de hoeveelheid watermoleculen in de lucht kan toe- en afnemen door verdamping en condensatie).

Ieder luchtpakketje heeft een maximum aantal ‘vrije’ plaatsen voor watermoleculen, afhankelijk van de temperatuur.

We nemen als vergelijking dat een zaal bij 20°C 200 zitplaatsen voor mensen (watermoleculen) heeft, waarvan er 95 bezet zijn.
Als we nu het aantal mensen delen door het maximum aantal zitplaatsen krijgen we het percentage bezette plaatsen, in dit geval dus bij 20°C 47,5% (95/200 *100).

(In de weerkunde is het percentage bezette plaatsen dan de relatieve luchtvochtigheid, want die wordt (versimpeld) berekend door het aantal watermoleculen te delen door het maximum aantal watermoleculen.)

Bij het afkoelen worden er echter continu zitplaatsen weggehaald, en wordt het relatief steeds drukker. In dit voorbeeld zijn er bij 10°C nog maar 100 zitplaatsen voor mensen (watermoleculen). (De luchtvochtigheid wordt bij 10°C dan 95% (95/100 *100).)
Bij 5°C zijn er nog maar maximaal 95 plaatsen, en is het percentage bezette plaatsen 100%. Dit is het dauwpunt, de lucht is nu verzadigd. In onze vergelijking zijn nu alle zitplaatsen bezet.
Proces in meteorologische termen
Water heeft een dampdruk (e) en een maximale dampdruk (e-saturated of es) Dit is de druk die watermoleculen uitoefenen op één vierkante meter (gemeten in druk Pa (Pascal)). Als de dampdruk (e) 0 is, zijn er geen watermoleculen en spreken we van absoluut droge lucht. Als e<es dan is de lucht onverzadigd en als de dampdruk maximaal is, is de lucht verzadigd. De relatieve luchtvochtigheid wordt berekend door e/es.
De definitie van het dauwpunt is de temperatuur waarop e = es.
Als het deeltje verder stijgt en de temperatuur daalt naar 4°C. Dan daalt het maximaal aantal plaatsen naar 94, terwijl er 95 mensen aanwezig waren. Dan is de luchtvochtigheid 101,1%. Dit heet ‘oververzadiging’.

Vanaf het moment dat de percentage bezette plaatsen boven de 100% uitkomt zijn alle plaatsen bezet en moeten in onze vergelijking mensen staan. Dit willen ze niet dus vanaf dit moment willen ze weg.
Nu zijn er hulpmiddelen (bijvoorbeeld extra deuren), waarmee men de zaal uitkan, er zullen net zolang mensen weggaan totdat er weer evenveel mensen als zitplaatsen zijn.

Als we dit vertalen naar condensatie, dan moeten de watermoleculen exact goed bij elkaar komen om van gas naar een miniscuul wolkendruppeltje te komen. Zonder hulpmiddelen zoud de oververzadiging extreem groot moeten zijn om ‘toevallig’ goed bij elkaar te komen voor een wolkendruppel. De luchtvochtigheid zou dan zo’n 300 tot 800% moeten zijn. Gelukkig is dit niet de realiteit, anders zouden er amper wolken zijn. Er zijn namelijk hulpmiddelen!

De hulpmiddelen zijn zogenaamde ‘condensatiekernen’. Deze deeltjes maken met voor de watermoleculen makkelijk om samen te komen tot een wolkendruppel. De luchtvochtigheid hoeft dan niet 300 tot 800% te zijn (zoals in ‘gezuiverde’ lucht), maar slechts ongeveer 100 tot 102%.

Voorbeelden van condensatiekernen zijn: aerosolen zoals stofdeeltjes, zand- en kleikorrels, as, zout, pollen en zelfs sporen van paddenstoelen en bacteriën. Vanaf het moment dat een bepaalde luchtvochtigheid bereikt wordt, kan de wolkenvorming beginnen. In een situatie met Saharastof boven de Benelux zou dat in bepaalde lagen bijvoorbeeld 100,4% zijn (daarom is er dan vaak meer sluierbewolking), terwijl het normaal eerder grofweg 101,0% moet worden.


De luchtvochtigheid stijgt tot een bepaald kritisch moment, vanaf dat moment zien wij opeens een wolk ontstaan en neemt de luchtvochtigheid weer af naar 100%.

Enkele onderzoeken naar condensatiekernen
In een onderzoek zijn wetenschappers er zelfs achtergekomen dat ook een virus het plankton in de oceaan zo kan beïnvloeden dat plankton tijdens de algenbloei een kalkdeeltje de lucht in brengt. Dit kalkdeeltje kan vervolgens dienen als een condensatiekern waardoor wolkenvorming gestimuleerd kan worden. Klik hier voor dat onderzoek.
Ook zijn er onderzoekers die stellen dat in de evolutie, sporen van paddenstoelen en bacteriën een condensatiekern geworden zijn. Dit is omdat wanneer ze per ongeluk in de atmosfeer komen, ze dan onderdeel van een druppel kunnen worden en vervolgens in een regendruppel terug naar aarde kunnen komen (bijvoorbeeld voor nieuwe paddenstoelen).

Over welke grootte hebben we het eigenlijk?
 Grootte (straal)
Condensatiekern0,0001 mm
Wolkendruppel0,01 – 0,1 mm
Regendruppel0,1 mm – 6 mm

Artikel van Weer.nl:
Weer.nl
Hoe hard het ook regent, het blijven druppels... Maar waardoor?

Liever een filmpje hierover kijken?


Ik hoop dat mijn vergelijking met zitplaatsen een beetje begrijpelijk was, als er nog vragen zijn, stel ze gerust! | Gewijzigd: 25 oktober, 17:20 uur, door W. in t Erland
Vragen over de weerkunde? Ik beantwoord ze graag!
W. in t Erland
Moderator
Woonplaats: Wageningen
Berichten: 1219
Lid sinds: 29 mrt. 2016
25 oktober, 17:47 uur | Bericht #492176


Deel 2: van wolk naar regendruppel
Wanneer er meer wolkendruppels ontstaan (condensatie) dan er verdwijnen (verdamping), zal de wolk groeien en bevat ieder luchtpakketje steeds meer wolkendruppels.
Over het algemeen bewegen wolkendruppels zich in willekeurige richtingen. Door toeval kunnen wolkendruppels met elkaar botsen en zo groeit een wolkendruppel richting een regendruppel. Des te meer wolkendruppels er zijn, des te sneller groeien de druppels.

Zolang de wolkendruppels een straal kleiner dan ongeveer 0,1 mm hebben is de zwaartekracht in evenwicht met de stijgstroom (de stijgende luchtbeweging), of stijgt de wolkendruppel zelfs. Als het echter door botsingen groter wordt dan 0,1 mm, dan wordt de druppel te zwaar en begint het te vallen.



Een waterdruppel heeft slechts een beperkte afstand die het kan vallen vanaf de wolk, omdat verdamping voortdurend de druppel weer kleiner maakt. Daarom zie je soms valstrepen in de lucht, dat zijn regendruppels die onderweg naar aarde al verdampen. Met name in droge luchtlagen kan de verdamping snel gaan.

Tijdens de val van de regendruppel botst de druppel ook tegen andere kleinere druppels, waardoor de druppel tijdens de val ook weer kan groeien (om de verdamping te compenseren).
Uit een dun wolkendek vallen kleine regendruppels, omdat de regendruppels hier slechts kort vallen botsen ze tegen weinig andere druppels aan. Motregen komt dan ook altijd uit een dunne laag bewolking (100 tot 1000 meter dik).
Als er (zware) buien zijn is de bewolking dik en veel hoger (1 tot soms 10 km). De druppels vallen hier dan veel langer en botsen veel vaker. Bovendien is er bij buien vaak een sterke updraft (stijgende lucht). Deze updraft kan de druppels langer omhoog houden, en dus zijn de druppels groter wanneer ze dan vallen.
Dit is het beste te vergelijken met een pingpongbal boven een föhn. Bij de laagste stand valt de pingpongbal al snel uit de luchtstraal. Bij de hoogste stand kan de föhn veel zwaardere dingen omhooghouden.

Wist je dat een bui vaak begint met grote dikke druppels omdat de zwaarste druppels het snelste vallen en dus het eerste onder zijn. Met moment dat de dikke druppels dus vallen, hangen de kleine druppels dus nog boven je hoofd!

Uiteindelijk valt de druppel op aarde:
| Gewijzigd: 25 oktober, 18:14 uur, door W. in t Erland
Vragen over de weerkunde? Ik beantwoord ze graag!
Waarom deze advertentie?
W. in t Erland
Moderator
Woonplaats: Wageningen
Berichten: 1219
Lid sinds: 29 mrt. 2016
25 oktober, 18:20 uur | Bericht #492177
Deel 3: de vorm van een regendruppel
Maar waarom vormt het zich precies in een druppel? En hoe ziet zo’n druppel er dan uit?

Het antwoord is helaas niet de voor de hand liggende vorm van de druppel die iedereen herkent. Die vorm is voor de watermoleculen totaal geen gunstige vorm. De werkelijke vorm heeft alles te maken met oppervlaktespanning en luchtweerstand.

Oppervlaktespanning is zichtbaar wanneer je een glas helemaal tot net iets over de rand vult met water. Dan zie je aan de rand van het glas een bolling. Dit is oppervlaktespanning (het voorkomt dat het glas meteen overstroomt).



De bolling is de meest gunstige manier voor de watermoleculen om zich te plaatsen. Als we terug gaan naar de regendruppel komt dezelfde bolling naar voren in de bolvorm. Regendruppels hebben dus geen punt aan de bovenkant, maar ze zijn rond.
Wanneer een regendruppel echter groter wordt, dan wordt de valsnelheid ook groter en daarmee ook de luchtweerstand (er botsen meer gasmoleculen tegen de onderkant van de regendruppel). Hierdoor deukt de onderkant van de druppel in en wordt die meer vlak.



Wanneer regendruppels groter worden van 6 mm wordt de luchtweerstand te groot, en wordt de deuk te groot. Het gevolg hiervan is dat het eerst een soort parachute wordt, vervolgens knapt de druppel en spat het uiteen en kleinere druppels (die dan weer verder groeien tot de maximale grootte).

Enkele filmpjes hierover:




Deel 4: trends in neerslag
Om het onderwerp regen af te sluiten, als laatste nog een deel over de trends in regenval in de Benelux. Is het daadwerkelijk zo dat het er vaker hoosbuien zijn en minder vaak miezerregen?

Dit heeft alles te maken met de stijgen van de jaartemperatuur (verbonden met klimaatverandering). In het eerste deel kwam ik met de vergelijking dat er bij 20°C 200 zitplaatsen waren, bij een lagere temperatuur nam dit af, terwijl dit bij hogere temperatuur toenam. Wanneer er meer watermoleculen passen in een luchtpakketje, kunnen er dus ook meer wolkendruppels en later regendruppels uit ontstaan.

Dit wordt vaak uitgedrukt in waterinhoud (precipitable water). Dit geeft aan hoeveel millimeter regen er theoretisch maximaal uit een wolk kunnen vallen (in het geval dat de wolk dus compleet uit zou regenen, wat nooit echt gebeurt). Bij een hogere temperatuur past er meer water in één vierkante meter, en dus is de waterinhoud groter. Dit zien we ook op weerkaarten terug, rond de tropen is de waterinhoud groter dan rond de polen:


Bij de Benelux zien we zondag bij het front een waterinhoud van 30 kg/m2 of omgerekend 30 mm regen als theoretisch maximum. Rond de polen ligt dit hoger, vaak rond de 55 mm. In een cycloon bij India is het zelfs 70 mm!

Als de temperatuur hier stijgt door klimaatverandering, bevat de atmosfeer dus meer waterdamp. Hierdoor kunnen buien explosiever groeien en zou de neerslag intensiever worden. Daarnaast zijn we in de Benelux enthousiast overal tegels neer aan het leggen, die factoren samen zorgen ervoor dat er vaker wateroverlast voorkomt.
Dus de neerslag die valt, is tegenwoordig inderdaad vaker een plensregen.

Als er vragen zijn, beantwoord ik die graag! | Gewijzigd: 25 oktober, 18:44 uur, door W. in t Erland
Vragen over de weerkunde? Ik beantwoord ze graag!
Terug naar boven
1 Gebruiker leest nu dit topic, onderverdeeld in 1 gast en 0 leden
Berichten
Er zijn in totaal 26.792 topics, welke bij elkaar 441.748 reacties hebben gekregen.
Leden
We zijn met 11.002 leden.
Het nieuwste lid is Aislin.

Berichten
Je moet inloggen om je berichten te kunnen lezen.
Dit topic
1 mensen bekijken nu dit topic.

Record
Op 6 december 2010 om 11.29 uur waren er 2.792 mensen tegelijkertijd online op onweer-online!
Stats
Er zijn nu 3685 mensen aan het browsen op het forum. 5 Daarvan zijn ingelogd.
Van die 3685, lezen 9 mensen het topic "Onweerskansen 17 t/m 20 juni 2013".

Sponsors en partners

Actueel op OnweerOnline.nl

Fotowedstrijd Oktober

Herfst Waarnemingentopic

2019

Herfst Kletstopic

2019

Herfst Discussietopic

2019

© 2003 - 2019 onweer-online.nl   |   Alle rechten voorbehouden   |   Algemene gebruiksvoorwaarden